Interview Els te Loo

Els wist al op haar twaalfde dat ze de zorg in wilde. ‘Mijn moeder kreeg toen borstkanker, waardoor ik vaak in het ziekenhuis was. Ik twijfelde tussen röntgen en verpleegkundige. Na twee stages koos ik bewust voor röntgen. Het ene moment behandel je een baby, het volgende iemand in de eindfase van zijn leven. Alle facetten van het leven komen daar voorbij.’
Maatschap
Haar functie van praktijkmanager is een bijzondere. ‘Hier werken 10 praktijkhouders en ongeveer 35 medewerkers, verdeeld over negen praktijken op drie locaties. De praktijkhouders zijn allen aangesloten bij een maatschap, waar ik de manager van ben. Ik regel personeelszaken en financiën. Daarnaast gebeurt alles op het gebied van kwaliteit, scholing, externe contacten, ICT, protocollering en de implementatie van ontwikkelingen als positieve gezondheid onder mijn verantwoordelijkheid.’ Els vertelt graag en gemakkelijk. Het raakt aan haar grootste passie: toneelspelen. ‘In de coronatijd stopte mijn toneelverenging in Oosterbeek. Nu speel ik eens per maand bij Kasteel Doorwerth, tijdens de maandelijkse ‘toevallige ontmoetingen’. Het publiek ontmoet in het kasteel dan personages uit lang vervlogen tijden. Ik speel het kamermeisje dat alle roddels uit die tijd deelt.’
Veel uitproberen
Els is trots op het jaar dat achter ons ligt. ‘Tijdens het schrijven van het jaarverslag besefte ik wat een bijzonder jaar 2024 is geweest. We werken met een hartstikke goed team, met weinig verloop. We hebben de kwetsbare ouderenzorg anders ingedeeld, zodat de ouder wordende patiënt één zorgverlener houdt. We lopen voorop in Welzijn op Recept, zowel in de samenwerking met Santé, als in de aantallen mensen die we kunnen helpen. Daarnaast proberen we, in pilots, van alles uit op ICT-gebied. Onze Huisartsen kan onze bevindingen weer meenemen in de doorontwikkeling.’ Els laat een half afgetekende boom zien. ‘Hiermee deel ik maandelijks onze resultaten in papierbesparing. We besparen momenteel wekelijks een pak printpapier. Bij 120 pakken, is de boom afgetekend en kunnen we een boom planten. Als het zover is, haal ik de pers erbij. Daar maken we een momentje van.’
Vooruit lopen
Deze manier van werken typeert Els. ‘Ik mag graag vooruit lopen. Dingen net even iets anders doen. Het werk moet leuk zijn. Daarom doen we regelmatig nieuwe dingen, waarbij ik de kar trek. Mooi voorbeeld is de groepsvaccinatie tegen griep. Toen ik hier kwam, gebeurde dat op verschillende dagen. Ik dacht: kan dat niet anders en leuker? Nu doen we het op een dag, in de sporthal. Daar komen dan 4.500 mensen samen. Dat voelt voor iedereen als een soort van ‘event’. Het eerste jaar was het best spannend. Het vraagt de nodige samenwerking met andere partijen, je moet een half jaar van tevoren al de vaccins bestellen en mensen moesten allemaal op een tijdslot komen. Nu, na een paar succesvolle edities, is het vooral zaak dat we onze aandacht niet laten verslappen.’
Samenhang en groepskracht
Els heeft prima contacten met Onze Huisartsen. ‘De organisatie fungeert voor mij als vraagbaak. De combinatie van samenhang aanbrengen en groepskracht benutten maakt Onze Huisartsen aantrekkelijk. Een van onze huisartsen zit in de RvA. Zelf denk ik dat er ook wel praktijkmanagers een grotere rol zouden kunnen krijgen, omdat ze veel overnemen van huisartsen. Als ik zoiets aankaart bij Onze Huisartsen, wordt er serieus mee omgegaan. De organisatie staat altijd open voor feedback.’ Els zou graag tot haar pensioen in Duiven blijven. Wat ziet ze op het huisartsenvak afkomen? ‘Het aantal plekken waar mensen naartoe kunnen, kalft af. Maar de huisarts verdwijnt nooit, ook fysiek niet. Digitalisering van ons vak levert echt winst op. Sommige van onze huisartsen doen momenteel wel 20 digitale consulten per dag. Maar deze beweging heeft een grens. Mensen willen ook gewoon contact kunnen blijven houden met hun huisarts, al is het maar om iets te kunnen delen, in een vertrouwde setting. Dat gevoel, dat dat nog kán, moeten we koesteren! Laten we die functie van de huisarts niet uit het oog verliezen. De stoelen in de wachtkamer blijven gewoon heel belangrijk.’